kinderfilosofie

Tijdens een filosofisch gesprek vormt de groep een onderzoeksgemeenschap: het gedeelde onderzoek naar een filosofische vraag staat voor de deelnemers centraal. Kan je vrienden zijn met een robot? Zijn mensen dieren? Kan je mensen sorteren? Maken regels je vrij? Hoe weet je wat waar is? Kan je kiezen wie je bent? Wat is kunst? Hoe verdeel je de musical-rollen eerlijk? Met hun bijdragen proberen de deelnemers dit gemeenschappelijke onderzoek te dienen. Door samen te filosoferen leren kinderen nadenken en hier plezier aan beleven.

Inhoudelijk worden de kinderen niet gestuurd, het gaat om hun eigen, autonome gedachten. En de gespreksleider weet het antwoord ook niet – er is niet één juist antwoord te geven op een filosofische vraag. Wel worden de deelnemers aangemoedigd om kritisch, consistent, constructief en creatief te zijn en hun uitspraken te onderbouwen. Het gesprek wordt geleid aan de hand van algemene filosofische vraagtechnieken (bijv. ‘Kan je daar een (tegen)voorbeeld van geven?’) en basiskennis van de Westerse Filosofie (bijv. ‘Nu ik jullie hoor, vraag ik me af: heb je eigenlijk een lichaam, of ben je een lichaam?’).

De lessen kunnen expliciet aansluiten bij thema’s of andere lessen op school (en bijvoorbeeld worden ingezet in het kader van burgerschapsvorming), bij onderwerpen in het nieuws of bij situaties in de klas, maar kunnen ook meer op zichzelf staan. Vaak wordt de les ingeleid met een stimulus (zoals een filmpje, kunstwerk of opdracht). Soms stelt Annelies de startvraag, soms kiezen de kinderen een vraag die ze zelf geformuleerd hebben. De lessen kunnen klassikaal gegeven worden of in kleinere groepen. Naast het voeren van een filosofisch gesprek, worden er tijdens de lessen ook vaak andere werkvormen gebruikt.

Tijdens het voeren van een filosofisch gesprek werken kinderen aan hun:

  • Taalvaardigheid
    • formuleren (helder, bondig, exact)
    • luisteren naar anderen en begrijpen wat zij zeggen
  • Redeneer- en denkvaardigheid
    • beargumenteren 
    • kritisch denken
    • creatief denken
    • logisch redeneren
    • drogredeneringen herkennen en vermijden
  • Identiteit en wereldbeeld
    • wat vind ik?
    • wat vinden anderen?
  • Gespreksvaardigheid en kunnen-samenwerken
    • op je beurt wachten
    • (inhoudelijk) op anderen reageren (niet alleen je eigen ei leggen)
    • je durven uitspreken
    • van mening kunnen veranderen, je door anderen kunnen laten overtuigen
  • Filosofische gevoeligheid
    • filosofische vragen herkennen en zelf kunnen stellen
    • verwondering, nieuwsgierigheid, open staan voor twijfel en niet-weten

Tot slot: hoe vaker kinderen kunnen oefenen, hoe beter ze worden.

In 2018/2019 volgde Annelies de Beroepsopleiding Filosoferen met Kinderen en Jongeren aan de Internationale School voor Wijsbegeerte. Ze filosofeerde sindsdien met kinderen van groep 1 t/m 8 op tal van basisscholen in Amsterdam, Almere en IJsselstein (zoals in Amsterdam: Montessori Kind Centrum Zeeburgereiland, De Zeeheld, De Kaap, De 2de Dalton, IKC Het Talent, De Knotwilg, de J.P. Troelstraschool en de Shri Laksmi School).

voor interesse en vrAgen:
Annelies@dezAAkA.nl