kinderfilosofie

Tijdens een filosofisch gesprek vormt de groep een onderzoeksgemeenschap: het gedeelde onderzoek naar een filosofische vraag staat voor de deelnemers centraal. Met hun bijdragen proberen de deelnemers dit gemeenschappelijke onderzoek te dienen. Door samen te filosoferen leren kinderen nadenken en hier plezier aan beleven.

Inhoudelijk worden de kinderen niet gestuurd, het gaat om hun eigen, autonome gedachten. En de gespreksleider weet het antwoord ook niet – er is niet één juist antwoord te geven op een filosofische vraag. Wel worden de deelnemers aangemoedigd om kritisch, consistent, constructief en creatief te zijn en hun uitspraken te onderbouwen. Het gesprek wordt geleid aan de hand van algemene filosofische vraagtechnieken (bijv. ‘Kan je daar een (tegen)voorbeeld van geven?’) en basiskennis van de Westerse Filosofie (bijv. ‘Nu ik jullie hoor, vraag ik me af: heb je eigenlijk een lichaam, of ben je een lichaam?’).

De lessen kunnen expliciet aansluiten bij thema’s of andere lessen op school (en bijvoorbeeld worden ingezet in het kader van Burgerschap), bij onderwerpen in het nieuws (Mag je een snelweg bezetten?) of bij situaties in de klas (Hoe verdelen we de musicalrollen?), maar kunnen ook meer op zichzelf staan. Vaak wordt de les ingeleid met een stimulus (zoals een filmpje, kunstwerk of opdracht). Soms stelt Annelies de startvraag, soms kiezen de kinderen een vraag die ze zelf geformuleerd hebben. De lessen kunnen klassikaal gegeven worden of in kleinere groepen. Naast het voeren van een filosofisch gesprek, worden er tijdens de lessen ook vaak andere werkvormen gebruikt.

Tijdens het voeren van een filosofisch gesprek werken kinderen aan hun:

  • Taalvaardigheid
    • formuleren (helder, bondig, exact)
    • luisteren naar anderen en begrijpen wat zij zeggen
  • Redeneer- en denkvaardigheid
    • beargumenteren 
    • kritisch denken
    • creatief denken
    • logisch redeneren, drogredeneringen herkennen en vermijden
  • Identiteit en wereldbeeld
    • wat vind ik?
    • wat vinden anderen?
  • Gespreksvaardigheid en kunnen-samenwerken
    • op je beurt wachten
    • op anderen reageren (niet alleen je eigen ei leggen)
    • je durven uitspreken
    • van mening kunnen veranderen, je door anderen kunnen laten overtuigen
  • Filosofische gevoeligheid
    • filosofische vragen herkennen en zelf kunnen stellen
    • verwonderen, nieuwsgierig zijn, open staan voor twijfel en niet-weten

Hoe vaker kinderen kunnen oefenen, hoe beter ze worden!

In 2018/2019 volgde Annelies de Beroepsopleiding Filosoferen met Kinderen en Jongeren aan de Internationale School voor Wijsbegeerte. Ze filosofeerde sindsdien met kinderen van groep 1 t/m 8 op tal van basisscholen in Amsterdam, Almere en IJsselstein. In Amsterdam waren dit: Montessori Kind Centrum Zeeburgereiland, De Zeeheld, De Kaap, De 2de Dalton, IKC Het Talent, De Knotwilg, de J.P. Troelstraschool, de Hildebrand van Loon School, de Flevoparkschool, de Indische Buurtschool en de Shri Laksmi School.

voor interesse en vrAgen:
Annelies@dezAAkA.nl

Wat is rechtvaardig? Hoe weet je wat waar is? Mag je vlees eten? Wat betekenen excuses? Kunnen game-karakters vriendschap sluiten? Zijn jouw God en mijn God dezelfde? Kan lelijk mooi zijn? Kan je vrienden zijn met een robot? Kan je mensen sorteren? Wat zou je op school moeten leren? Is de mens een dier? Kan je kiezen wie je bent? Bestaat een personage? Zijn echte Nikes mooier dan neppe? Wie mag de baas zijn? Wat mogen volwassenen aan kinderen opleggen?

Er bestaan eindeloos veel vragen waar ouders, docenten, vrienden, klasgenoten, influencers, geestelijken, politici, ChatGPT, Google of wijzelf niet hét antwoord op hebben, maar die wél interessant zijn om over na te denken. Omdat ze over onszelf, het leven en de wereld gaan. Maar dit soort vragen krijgen weinig aandacht. Op school en daarbuiten leren kinderen vooral dat dingen zus zitten of zo moeten. En ook veel volwassenen hebben of zoeken vaker een antwoord dan een vraag. Terwijl we het als samenleving zonder niet-weten en zonder autonoom, kritisch en constructief samen nadenken wel kunnen schudden met een leefbare planeet of een democratische rechtsstaat. Dan zijn we overgeleverd aan nepnieuws, verdeeldheid, groot-geld en veel-macht. Kinderfilosofie heeft als doel kinderen autonoom, kritisch en constructief te laten nadenken – samen met anderen. Er staat geen filosofische theorie centraal, het draait om hun eigen gedachten en die van degenen waarmee ze filosoferen.

Emancipatie 

Als kinderfilosoof ziet Annelies in elke klas, in elke wijk, kinderen die het lastig vinden om zich uit te spreken, onzeker over de waarde van hun ideeën, niet gewend misschien dat die er mogen zijn. de zAAk A wil dat kinderen zich krachtig, zelfbewust en gehoord voelen. Ze doen ertoe. Kinderfilosofie werkt met de eigen, autonome gedachten van kinderen en werkt daardoor emanciperend.

Verbinding

Grote verschillen tussen werelden waarin kinderen opgroeien, minder contact en interactie in real life ten opzichte van online, sociale media-algoritmes, nepnieuws: het werkt polarisatie in de hand. En net als voor volwassenen is het ook voor kinderen moeilijk om écht naar anderen te luisteren. Echt luisteren is niet ‘stil zijn als de ander praat’ en je schouders erover ophalen, maar proberen te begrijpenwat die ander zegt, dat te doordenken en dáárop te reageren, in plaats van je eigen zegje nog eens te herhalen. Samen met anderen kan je aan gedachten bouwen. Kinderen leren door te filosoferen vreedzaam van mening verschillen en van mening veranderen. Kinderfilosofie stelt de ideeën centraal, niet de mensen, en werkt daardoor verbindend. 

Perspectivistische lenigheid  

Tijdens het filosoferen leer je dat er vele perspectieven bestaan en dat het perspectief van iemand anders jou verrijkt als je je er actief toe verhoudt. Je leert open te staan voor de gedachten en ideeën van anderen en leert die van jezelf kennen. Vermeende zekerheden, ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden en impliciete overtuigingen worden tijdens het filosoferen aan de oppervlakte gebracht, onderzocht en uitgedaagd. Kinderfilosofie leert kinderen de wereld en hun denkbeelden te bevragen. 

Probleemoplossend vermogen

Door autonoom, kritisch en constructief samen te leren denken, leren kinderen hoe ze problemen en vraagstukken te lijf kunnen gaan. Nadenken is iets anders dan piekeren. Filosoferen is niet zweverig, maar gaat over concrete, relevante, herkenbare zaken. Kritisch denken is niet hetzelfde als automatisch wantrouwen koesteren. Autonoom denken is niet hetzelfde als doof zijn voor goede argumenten van anderen. Iets niet weten is niet dom. Kennis is niet hetzelfde als wijsheid. De turbulente tijden waar we in leven en de uitdagingen en kansen waar we voor staan, vragen om goed kunnen nadenken.

de zAAk A gelooft dat filosoferen bijdraagt aan de emancipatie van individuen, aan verbinding in de samenleving, aan het kunnen omgaan met verschillende perspectieven en aan het probleemoplossend vermogen van de mensheid. HATSA.